Category Archives: Europe

Horses on a Minaret

During my recent trip to Sevilla (Spain) for my participation and attendance of the World Congress for Middle Eastern Studies, hosted by the Three Cultures of the Mediterranean Foundation, it was once again confirmed that horses are always everywhere.  Not only were there numerous actual horses pulling authentic looking carriages filled with tourists  all over the beautiful city center, but at most historic sites across Sevilla depictions of horses can be found.

However what most fascinated me were the horses we can no longer see, namely those that ascended the 104.1 m (342 ft) Giralda tower!  The minaret was part of a mosque commissioned in 1171 by the second Almohad caliph Abu Ya`qub Yusuf. The mosque, which was built to replace the existing Umayyad mosque because the congregation had grown larger than the prayer hall could welcome, was completed in 1176 but construction of the minaret did not start until 1184.

Moulay Yacoub , also known as Al-Mansur, was the third Almohad caliph and in 1188 he picked up where his father had not been able to see the construction of the minaret finished.  He recruited several architects from Sevilla, Rabat and even Sicily to build the tower we now know as the Giralda. It was finally finished ten years later and looked slightly different than it does now. It had four balls or spheres made of precious metals (bronze, copper or gold) at the top.  It is said they were a symbol of al-Mansur’s victory over the Christians four years earlier, at the battle of Alarcos.

In 1248 Sevilla fell in Christian hands during the Reconquista and of course the mosque was turned into a cathedral. Following an earthquake in 1356 the damaged cathedral and tower were renovated, the spheres removed and replaced by a single bell and a cross at the top of the tower. During the renaissance the top of the tower was once more altered and assumed the shape we can still admire today.

The Giralda is magnificent, inside and out, but what caught my attention was the fact that the tower is very different from most minarets. It has ramps instead of stairs for those wanting or needing to climb it. The caliph had ordered the 35 ramps instead of endless steps so that the muezzin could ride a horse (or donkey?) to the top in order to call out the adhan (call for prayer). To my knowledge only two other minarets have this feature;  the sister tower to the Giralda, the Hassan Tower in Rabat (Morocco) and the Malwiya Minaret in Samarra (Iraq).

The Hassan Tower was also commissioned by al-Mansur so it is no surprise that it would have the same structure, sadly the minaret was never completed as the caliph passed away in 1199 and the tower reached only about half of its intended height.  The Malwiya minaret in Samarra however is much older than both the Almohad towers. It was built as part of the Great Mosque of Samarra between 848 and 851 as ordered by Abbasid caliph Al-Mutawakkil.  Although the minaret was used for the call of prayer it is said that the caliph used to ride his donkey (or horse?) up the ‘snail shell’ to enjoy the view from the top. Whether or not the Malwiya minaret served as an example for the other two towers, I have not yet been able to figure out. But it was rather special to climb inside the Giralda and imagine a horse going up the steep ramps on its way to make sure the Muezzin had enough breath left at the top to call for prayer.

World Congress of Middle Eastern Studies 2018

Tuesday July 17th, Hylke will be presenting her forthcoming paper about the ‘Arabian Improvement Theory’ at the World Congress for Middle Eastern Studies at the University of Seville, organised by Three Cultures of the Mediterranean Foundation.

Abstract:
How an Oriental warhorse became a European trophy horse: The Arabian Improvement theory.

The Arabian horse is one of the most popular breeds in the world, and generally quoted to be one of the oldest and purest breeds. The Arabian is also said to have influenced the development of nearly every modern light horse breed and although the contact between Arab and European cultures predates the 19th century in which many modern breeds were first defined, most of the circulating general knowledge on origin and history of the Arabian horse stems from Orientalist writings. Remarkably the Arabian horse was not considered superior to other breeds until the end of the 18th century, when the European interest in the Orient begins to bloom and the current assumption that the Arabian horse is superior to most other breeds starts to prevail. However very little academic research has been done into the sudden change in European attitude towards Arab equestrian culture and auxiliary horses, or, the motive for the seemingly abrupt transition of the Arabian horse from Oriental warhorse to a European trophy horse.
This paper will analyse the process of the Arabian horse climbing to its current superior status in European equestrian culture and subsequent impact on general knowledge. Examining Orientalist writings that portray the Arabian horse as superior to European breeds, this paper will investigate probable factors that may have played a part in the change in status of the Arabian horse from Oriental warhorse to a European trophy horse.

Klein eiland: kleine wereld

Toen ik vorig jaar nog maar net een paar maanden op Lanzarote woonde, ging ik op zoek naar een paard. In september vond ik het eerste paard waar ik mee begon te werken: Viento. Een toen 12-jarige, donkerbruine merrie met drie hoge witte benen en een lief koppie. Het was ook een oprecht lief dier. Ze was braaf te rijden, alleen de galop ging niet goed. Viento was een ex-racepaard en had maar weinig balans in de galop. De eigenaresse had haar van haar vader gekregen, maar hield eigenlijk veel meer van haar andere paard. Viento was dus een beetje een blok aan haar been en zelf reed ze het dier nauwelijks.

viento1

Ik heb toentertijd nog geprobeerd om haar aan de longe te trainen. Mijn gedachtengang was dat ze de galop onbelast wellicht makkelijker vond, maar galopperen op de kleine cirkel die we hadden, was niet voor haar weggelegd. Helaas was de communicatie tussen de eigenaresse en mij dusdanig slecht, dat ik besloot te stoppen met Viento op het moment dat ze kreupel werd.

Daarna ben ik na een korte zoektocht terecht gekomen bij een kleine rijschool op het eiland. Hier leerde ik Valentina kennen, en tegelijkertijd begonnen we met het leasen van een paard op de rijschool.

FB_IMG_1502119490601

Inmiddels ben ik ook gestopt met het leasen van het paard op de rijschool, om meerdere redenen. Eén reden was dat het paard niet verbeterde in de dressuur en ik moe werd van een constant dribbelend paard. Ook mijn vriendin Valentina stopte met leasen, maar we hielden wel contact.

Zo stuurde ze me afgelopen week een berichtje dat ze een paard had gevonden om te rijden! Het paard stond op het complejo. “Oh, tof,” zei ik, “daar stond mijn eerste bijrijdpaardje ook!” Het paard was een ex-racepaard, zei Valentina, en ze zou er de volgende dag naar toe gaan. Vandaag vroeg ik ernaar en ze zei dat het een leuk dier was. Hoe het paard heet? Viento. Met een foto. Het is mijn oude bijrijdpaardje.

vientorijden1

Het is ook niet gek – op zo’n klein eiland zijn er maar weinig paarden. Nog minder paarden die een bijrijder nodig hebben. Maar dat het eiland zó klein was, dat één van de slechts twee vriendinnen die ik op het eiland heb gemaakt, precies dát paard zou rijden? Dat had ik nooit verwacht. Wat een kleine wereld.

Paardenleed en hoe er mee om te gaan

Paarden zijn net zo normaal in het Roemeense straatbeeld als fietsen in het Nederlandse. Op het platteland tenminste. Paarden zijn hier noodzaak en geen hobby. Ze worden ingezet als transportmiddel van uiteenlopende zaken; producten van het land, hout voor de winter, het vervoeren van aangekochte biggen, kalveren of kippen. Of simpelweg om van A naar B te komen. Het lijkt misschien erg romantisch maar voor de paarden is er weinig romantisch aan. Er moet gewerkt en geluisterd worden en tegenspraak wordt niet geduld.

Voor een Nederlands paardenmeisje is dat moeilijk om aan te zien. Ik heb hier één keer een paardenmarkt bezocht en dat zou ik iedere paardenliefhebber afraden om te doen. Als paardenmeisje is het lastig, zo niet onmogelijk om je mond te houden wanneer je ziet hoe er hier met paarden omgegaan wordt. Het liefste zou ik de mensen duidelijk maken hoe ik over hun manier van omgang met paarden denk. Tegelijkertijd weet ik dat het zinloos is. Ik, als Nederlandse vrouw, heb natuurlijk geen enkel idee hoe je met paarden werkt. Dat ze alleen maar naar je luisteren wanneer je laat weten dat je de baas bent.

De meest effectieve manier om dingen te veranderen is door te laten zien dat het anders kan. Dat doen we met onze boerderij op landbouwgebied en dat wil ik in de toekomst met mijn paarden ook. Ik walg er van hoe sommige mensen met hun paarden omgaan maar weet tegelijkertijd dat men in veel gevallen gewoon niet beter weet. Zo wordt het altijd gedaan en lijkt het meest effectief. De kennis die wij in de westerse wereld hebben over hoe paarden leven, denken, leren en reageren is voor de Roemenen compleet onbekend. Zou ik ze de les lezen dan bereik ik het tegenovergestelde van wat ik wil. Dan ben ik de “gekke” buitenlandse die het beter denkt te weten maar die geen idee van de praktijk heeft. Laat ik met mijn paarden zien hoe het anders kan, dan heb ik de aandacht en brengt dat (hopelijk) langzaam maar zeker verandering te weeg.

Daar houd ik mij aan vast wanneer ik de Roemeense paarden hun werk zie doen. Met pijn in mijn hart. Want mij hart blijft huilen, elke keer wanneer ik alle onrecht zie die deze hardwerkende dieren aangedaan wordt.

Wedstrijden rijden op Lanzarote

Toen ik nog in Nederland op de manege reed, deed ik met veel plezier mee aan de F-proeven. Ik genoot ervan om 4 uur van tevoren al met mijn leasepaard bezig te zijn. Wassen, roosjes maken, mijn mooiste dekje op en mijn gepoetste hoofdstel om. Dan snel mezelf aankleden en laten zien wat we konden. Na elke proef hadden we wel een promotiepunt, soms maar net aan, soms ruim. Trots was ik toch wel.

IMG-20150418-WA0032
Met Kathy vlak voor onze F-proef

Na mijn verhuizing naar het eiland was mijn eerste prioriteit überhaupt paarden vinden. Inmiddels ben ik al een paar maanden tevreden met mijn huidige rijschool en begint het wedstrijdjes rijden weer te kriebelen. Er zijn wel een paar paarden waarmee ik een leuke proef neer zou kunnen zetten.

Op de Canarische eilanden is er wel een eigen hippische federatie, Federación Canaria de Hípica, maar die bleken eigenlijk alleen op Gran Canaria en Tenerife wedstrijden te houden, met een enkele wedstrijd op Fuerteventura. Wat wel als een leuke verrassing kwam, is dat ze  een heel arsenaal aan wedstrijden hebben: dressuur, springen, endurance, doma vaquera (working equitation) en natuurlijk paardenraces. Elk weekend worden er meerdere wedstrijden georganiseerd, dus mocht je een paard hebben op Gran Canaria of Tenerife, hoef je je in ieder geval niet te vervelen.

fch
De website van de Federación Canaria Hípica

Helaas, ik heb geen paard op één van deze twee eilanden. Ik heb overwogen zelf een jurycursus te doen, maar dan kan ik alsnog niet zelf rijden. Ik had me er inmiddels al bij neergelegd dat ik tot en met september geen wedstrijden zou kunnen rijden. Het is niet het einde van de wereld en ik rijd toch nog elke week paard.

Net op het moment dat ik had geaccepteerd voorlopig alleen recreatief te rijden, begon mijn instructrice over Global Showing. Via Global Showing kan je wedstrijden rijden zonder stal te verlaten. Ideaal voor paarden met een trailerlaadprobleem of veel spanning op onbekend terrein. Of als je op een eiland woont waar geen wedstrijden worden georganiseerd! Het enige wat je hoeft te doen, is een proefje uitzoeken en rijden, dit laten filmen en vervolgens het filmpje insturen. Juryleden uit het Verenigd Koninkrijk bekijken je inzending en niet lang erna komt de uitslag online. Als je hebt gewonnen, krijg je zelfs een rozet opgestuurd.

Screenshot_2017-04-07-11-12-46-1
Halthouden en groeten, still uit het ingezonden filmpje

Vorige maand heb ik meegedaan aan een klasse voor manegeruiters. Vergeleken bij de F-proeven (laat staan officiële wedstrijden) was het doodsimpel. Bovendien miste ik het tutten en mooi maken voor het proefje, maar dat deed niet af aan het plezier dat ik had. Ik kon weer laten zien wat ik samen met pony Tino kon. Voor dit proefje hoefde ik slechts te laten zien dat ik kon halthouden, stappen, draven en galopperen. De volgorde en figuren mocht ik zelf bedenken en het moest onder de 3 minuten blijven. Na twee keer oefenen vond ik het goed genoeg gaan en heeft mijn instructrice het gefilmd.

Na een krappe week kreeg ik te horen dat ik eerste was geworden! Gaaf! Bij de klasse die ik gereden hebt staat alleen de 1e prijs, dus ik vermoed dat ik eerste ben geworden van één, maar dat is niet de eerste keer en vind ik ook helemaal niet erg. Bovendien heb ik onwijs leuk commentaar gekregen van de jury.

Capture+_2017-04-02-18-02-33-1
Commentaar van de jury

Ik heb nog maar vijf maanden te gaan op het eiland, maar ik heb de smaak te pakken. Hopelijk hebben ze ook iets moeilijkere proefjes, en anders verzin ik wel mijn eigen kür op muziek om in te sturen! 🙂

Onze koudbloedjes in Frankrijk bij Morvan Rustique

Voordat wij naar Frankrijk vertrokken hadden wij al een KWPN ruin Samos die uiteraard met ons mee zou gaan maar met zijn 1.76 m schofthoogte geen paard geschikt voor kleine kinderen. Waar wij naar op zoek gingen was een koel en sterk ras dat voor zowel voor groot en klein inzetbaar zou zijn. In de periode dat ik met Samos nog op een grote pensionstal stond werd er wel eens over tinkers gesproken maar meestal niet in de positieve zin…dat waren koeien…..toch kwamen die bonte paardjes wel aardig overeen met waar wij naar op zoek waren, we zijn ons er in gaan verdiepen en werden steeds enthousiaster in dit harige, gekleurde en robuuste zigeunerpaardje dus voor ons was de zoektocht begonnen.

Uiteindelijk in Groningen gevonden onze eerste tinkermerrie Inver, 3 jaar, prachtig, lief en een mooie maat. De keus voor een merrie omdat we wel graag in de toekomst een veulentje wilden fokken. Inver en Samos zijn dus met ons meegegaan op reis naar Frankrijk.

Inver heeft bij ons drie veulens gehad waarvan de laatste een echt kadootje want volgens de dierenarts was ze niet drachtig…maar voilà daar was dan toch Figo nu inmiddels een knappe jongen van twee jaar oud. Zus Bijou is negen en broer Caesar is zes en beide rijden nu met onze gasten..hoe bijzonder  en fijn dat de familie compleet kan blijven.

In de loop van de jaren is onze kudde uitgebreid naar acht ierse tinkers en wat genieten wij daar van !  Dit ras sluit perfect aan bij ons concept en de manier van het natuurlijk paarden houden, de omgeving en terrein. Ze lopen bij ons 24/7 buiten op grote weides met inloopstallen, bossages en natuurlijke bronnen. Ze worden natuurlijk bekapt en we rijden bitloos en boomloos. Paardvriendlijkheid staat bij ons voorop en laten graag aan gasten / ruiters zien dat het ook anders kan.

Rasinformatie : ( bron www.paardrijdenfrankrijk.nl )

De Tinker of Irish Cob stamt af van verschillende andere paardenrassen. De meeste invloed komt waarschijnlijk van de Shire, Clydesdale en Fell pony.
Het ras is ontstaan dankzij zigeuners die met grote families rondtrokken .Zij hadden een paard nodig om de zigeunerwagens ( roulotte) te kunnen trekken en om op te rijden. De zigeuners hebben de tinker vooral gefokt op karakter, uithoudingsvermogen, betrouwbaarheid, kracht en veelzijdigheid.
De Tinker komt oorspronkelijk uit Ierland en Engeland, inmiddels zijn er diverse fokkerijen in Nederland en Belgie en ook in Frankrijk krijgt de tinker steeds meer bekendheid.

De naam komt van het Ierse woord tinceard (tinsmid: scheldnaam voor zigeuners). Vanwege hun bonte aftekening waren de dieren goed herkenbaar (en moeilijk te stelen) en werden ze niet geconfisqueerd door het Engelse leger omdat ze te opvallend waren.
De Tinker staat ook bekend onder de naam ‘Irish Cob’, ‘Gypsy Cob’ en ‘Gypsy Vanner’ en Gypsy horse.

Het is een sterk en robuust ras wat in de winterperiode ook goed buiten kan blijven met een schuilstal. Gezien de compacte bouw en sterke beenwerk zijn de tinkers zeer geschikt voor buitenritten hier in het heuvelachtige Morvan.
De tinker staat bekend om zijn behang..mooie volle lange manen, sokken en een dikke staart.
Er zijn veel verschillende kleuren; de meest voorkomende kleuren zijn zwart of bruin bont, zwart, bruin, schimmel en voskleur meestal met aftekeningen.

 

Het Spaanse paard

In Nederland lijkt het Spaanse paard steeds populairder te worden. Men spreekt over Andalusiërs en PRE’s, maar wat is nu het verschil? En waar herken je het Spaanse paard aan?

De termen ‘Andalusiër’ en ‘PRE’ worden nog wel eens door elkaar heen gehaald. PRE is de afkorting voor Pura Raza Española, het Pure Spaanse Ras. Dit zijn dus de raszuivere Spaanse paarden. Een Andalusiër is eigenlijk elk ander Spaans paard dat geen volbloed is of niet is ingeschreven in het stamboek. Het Spaanse paard is één van de weinige rassen die niet afstamt van de Arabier. Dit ras stamt namelijk af van de primitieve Iberische paarden en is dan ook echt afkomstig uit Spanje. Samen met de Lusitano stond het Spaanse paard aan de basis van de barokke rassen die nu overal in Europa terug te vinden zijn.
Fotografo-caballos-pura-raza
Een PRE, foto van Wikimedia Commons
Het Spaanse paard heeft een schofthoogte tussen de 1,55 en 1,64 meter, het zijn dus vrij kleine, maar sterke paardjes. Veel behang, een korte rug en een korte maar sterke hals zijn kenmerkend. Spaanse paarden zijn veelal bruin, zwart of schimmel. Het karakter wordt veelal omschreven als koel, betrouwbaar maar ook temperamentvol. Spanjaarden zijn sensitief – niet alleen de paarden – en erg slim. Ze leren snel en werken graag. Het zijn makkelijk te rijden paarden, ook de hengsten. Een paard ruinen kennen ze bijna niet in Spanje. De Spaanse hengsten gedragen zich goed en blijven goed berijdbaar. Bovendien houden veel Spanjaarden hun paard eenzaam op een wei, zodat ze er makkelijk mee op buitenrit kunnen zonder problemen met een maatje dat alleen achterblijft.
Andalusierhengst_schimmel
Een Andalusische schimmelhengst, foto via de Bokt Wiki

In Nederland wordt het Spaanse paard meer en meer gebruikt als sportpaard. Voor springen hebben de Spanjaarden over het algemeen geen talent, maar voor verzameling in de dressuur des te meer. Een Spaans paard met spanning op buitenrit zal al snel aanvoelen als een paard in passage. Door de korte rug kan het paard ook makkelijker ondertreden en de sterke hals buigt makkelijk en mooi rond. Het Spaanse paard is zonder twijfel een prachtig gezicht in de wedstrijdring. Echter maakt de korte rug het lastig om een goed zadel te vinden.

In Spanje wordt het paard door de Spaanse man vooral gebruikt als statussymbool. Hoe knapper het paard, hoe beter, en hengsten hebben altijd de voorkeur over een merrie. Deze mannen, meestal 40+’ers, nemen de paarden een aantal keer per jaar op buitenrit, meestal puur voor het vermaak. Het is in Spanje dan ook zeker niet ongewoon om als man te willen leren paardrijden of dit al te doen. Heel anders dan in Nederland, waar je als man toch even gek wordt aangekeken als je paardrijdt.
603px-SpaansHoofdstel
Een Spaans hoofdstel, inclusief mosquero, foto van de Bokt Wiki
Toch wordt er ook in Spanje steeds meer aan dressuur gedaan. De sport lijkt nu meer door jonge meiden te worden overgenomen en een handjevol mannen rijdt ook op internationaal niveau dressuur. Het houden van een stoere hengst blijft echter een mannenaangelegenheid. Gelukkig zijn er voor de pennymeisjes genoeg pensionstallen en rijscholen met knappe Spaanse paarden – volbloed of mix – om ons hart op te halen.

Het roer om en naar Frankrijk

Ik zal mezelf even voorstellen…ik ben Nancy Blok, 45 jaar en ik woon met mijn man in Frankrijk in het mooie Parc Naturel Regional du Morvan hartje Bourgogne.

Mensen vragen vaak hoe kom je hier terecht ? Tja daar gaat toch wel een heel verhaal aan vooraf…te beginnen bij mijn tweede afspraakje met Arjen waarin hij aangeeft dat hij naar het buitenland wil in de toekomst…aan mij of ik daar ook iets in zag…

En gezien waar we nu staan was dat antwoord dus ja ! Heel wat jaren hebben we al onze vakanties besteed aan het zoeken naar een streek waar wij onze droom zouden kunnen waarmaken nl. het realiseren van een vakantieverblijf voor gezinnen, wandelaars, ruiters en natuurliefhebbers. Arjen komt uit de toerisme en heeft ook zijn eigen reisbureau gehad dus wist wel de weg te bewandelen om gasten te bereiken.

Na een behoorlijk zoektocht zijn wij als een blok gevallen voor regionaal natuurpark du Morvan gelegen in de Bourgogne. Een mooie afstand van Nederland ( 800 km ) prachtige ongerepte natuur , leuke dorpjes en vooral erg geschikt voor onze paarden en de toekomstplannen hiermee. De Morvan is helemaal opengesteld dus je kunt hier dagen wandelen of paardrijden zonder iemand tegen te komen….heerlijk.

Ons vertrek…..tja dat ging nog niet zo gemakkelijk, nu het voor ons duidelijk was waar wij wilden wonen was de zoektocht begonnen. Een aantal hectares op een mooie plek met wat gebouwen om te renoveren…heel wat keren op en neer naar Frankrijk en zelfs een object bij de notaris gehad maar dat werd weer teruggetrokken. We hebben toen de knoop doorgehakt…als we in Frankrijk echt wat willen vinden moeten we ter plekke gaan zoeken. We hebben toen ons huis te koop gezet ( wat in drie dagen verkocht was ) en inhield dat wij vrij vlot daarna met twee honden, twee paarden en ons plannetje op weg waren naar Frankrijk !

De eerste drie maanden hebben we in een vakantiehuisje gewoond om dag in dag uit op pad te gaan om ons verhaal te doen. Langs makelaars, notarissen, café’s overal waar de mogelijkheid was om een domeintje te vinden. We hebben zelfs met planten op de markt gestaan om onder de mensen te komen. Uiteindelijk begon het toeristenseizoen en konden we niet langer blijven wonen in het vakantiehuis en hebben we een caravan gekocht.  De caravan hadden we bij onze paarden op de wei gezet en daar hebben we nog drie maanden gewoond.

Gelukkig heeft deze periode wel zijn vruchten afgeworpen want uiteindelijk heeft deze manier ons dit mooie plekje opgeleverd, dat was vanuit Nederland nooit gelukt. Een oud huis, een bouwval en een ruïne op een terrein van 5 hectare helemaal van ons en wat waren we blij ! Er moest alleen nog wel e.e.a. opgeknapt worden.

In maart 2006 vertrokken en de deuren voor onze gasten gingen open in mei 2008. Na ruim twee jaar lange dagen buffelen klaar om echt aan onze droom te beginnen en nu 10 jaar later zijn we zo blij dat we toen de stap gewaagd hebben.

Morvan Rustique is een mooi bedrijf geworden bestaande uit ons woonhuis, zes vakantiehuizen en vier lodgetenten. Onze groep paarden is uitgegroeid naar acht Irish Cobs, er is een shetlander, ezels en kinderboerderij. Gasten genieten met ons van dit heerlijke plekje, de gezellige huizen en onze lieve paarden.

Wat mij de meeste voldoening geeft is het maken van geweldige buitenritten met onze gasten door dit mooie ongerepte stukje Frankrijk: ” leven als een god in Frankrijk “.

Groetjes Nancy

www.morvanrustique.com    www.paardrijdenfrankrijk.nl

 

 

Verborgen paarden op Lanzarote

Al snel nadat ik verhuisd was naar Lanzarote begon ik de paarden te missen. Echter, op het eiland was ik nog geen paard tegen gekomen. Wel een bedrijf met de overduidelijke naam ‘Lanzarote a Caballo’ – caballo is Spaans voor paard – maar ook daar was geen paard te bekennen. Het bedrijf organiseert met name buitenritten, maar op de website is te lezen dat residenten er ook rijles kunnen krijgen. Er hangt wel een prijskaartje aan. Dat kan, omdat ze een aardige monopoliepositie hebben op het eiland.

Dus besloot ik verder te kijken. Maar waar zoek je op? Nederlandse tweedehandssites staan vol met bijrijd- en leasepaarden, en er bestaan zelfs websites speciaal voor mensen die een bijrijder danwel bijrijdpaard zoeken. Maar hoe vertaal je dat naar het Spaans?

20170114_120256_HDR
Sabby

Ik besloot maar gewoon te zoeken op ‘paard’ in ‘Las Palmas’, de provincie waarin ik woon. Las Palmas betrekt drie eilanden, namelijk Gran Canaria, Fuerteventura en Lanzarote. Resultaat: ruim 200 advertenties. Pagina’s vol met veulens en oudere paarden die verkocht werden. Sommigen met een prachtig verhaal erbij, dat het zo’n lief dier is, braaf, alleen op buitenrit kan en ‘licht geschoold in bakwerk’. Andere paarden moeten het doen met slechts één zin: “Merrie, tien jaar, braaf.” In de eerste zes pagina’s aan advertenties vond ik paarden en trailers die te koop waren, een enkele fotograaf (op Gran Canaria) en een paar ezels. Ik overwoog om zelf een paard te kopen, ook al blijven we maar één jaar op Lanzarote. Een jaar lang geen paarden is natuurlijk geen optie.

Tussen al die advertenties vond ik maar één iemand die een bijrijder zocht. “Ik deel mijn brave merrie, alleen met serieuze mensen die verstand hebben van paarden.” Ik zocht contact met de eigenaresse van de merrie en diezelfde week mocht ik de 12-jarige Viento uit proberen.

viento1
Viento, Spaans voor ‘wind’

Deze ‘club hípico’  – de paardenclub – was de eerste waar ik kwam. Goed verborgen achter een bedrijf, tussen twee dorpjes in, waar verder niets is. Het complex kon mijn navigatie nog wel vinden, maar ook hier vond ik geen paard. Ik had mijn auto al geparkeerd en stond op het punt de eigenaresse van het paard te bellen of ik wel goed was, toen ik een auto aan zag komen. Hij reed mij voorbij en parkeerde achter een hek. Zou het dan daar zijn?  Ik besloot hetzelfde te doen en toen ik uitstapte rook ik het al: paarden!

clubhipico1
Twee paarden op de eerste paardenclub waar ik kwam

Overdag staan de paarden op deze club in droge paddocks, ‘s avonds gaan ze de stal in. De stallen bestaan uit een binnendeel en een buitendeel en zijn, in vergelijking met de stallen die ik in Nederland op maneges heb gezien, vrij ruim. De bak bestaat echter uit een dikke laag fijn zand en is niet lekker om door heen te wandelen. De paarden zijn over het algemeen eerder iets te mager dan te dik, maar zitten goed in hun vacht en zien er blij uit. Het was erg interessant om te zien dat er bijna geen Spanjaarden op de club lopen, maar dat het voornamelijk Britten, Duitsers en Nederlanders zijn. Iets wat je veel tegenkomt op de Canarische eilanden.

Ondanks dat ik het best een leuk beestje vond, ben ik vrij snel weer gestopt met het paardje. De communicatie met de eigenaresse verliep niet, ze zei vaak de avond van tevoren af of keek me verbaasd aan als ik ineens voor haar stond op de club. Toen het paard ook nog eens kreupel werd, heb ik gezegd dat ik er dan maar mee stop.

Dus op zoek naar wat anders. Dit keer besloot ik het anders aan te pakken. Ik wist niet goed meer waar te zoeken, dus ik dacht, laat ze maar naar mij komen. Ik plaatste een advertentie  op drie tweedehandssites met de boodschap “Ik zoek een paard om te rijden”. Onverwachts kwamen er veel reacties op, en ik ben op bezoek gegaan bij drie verschillende paarden.

De eerste was  Cartojo, een 18-jarige hengst die al een halfjaar in stal stond. Voor de gelegenheid had zijn eigenaar, een goedlachse Conejero – iemand die geboren en getogen is op Lanzarote – hem buiten gezet. Ik sprak met de eigenaar af om te ontmoeten bij de supermarkt in een dorp, en vanaf daar zou ik hem volgen met de auto. Niet veel later reden we op een zandweggetje met gaten en veel bochten. Hij parkeerde voor een huis en daar zag ik het paard al staan. Een lieve, ietwat schuchtere hengst. Veel te klein voor mij om op te gaan zitten en bovendien had hij geen enkele spier op zijn bovenlijn over. Ik heb vriendelijk bedankt en ben weer weggegaan.

De tweede was een net als Viento een 12-jarige. De merrie Mora – Spaans voor ‘braambes’ – was net van eigenaar gewisseld en had wat ‘singelproblemen’. De vraag was of ik dat wel aandurfde. Ik dacht terug aan mijn leasepaard in Nederland, die op een slechte dag met alle benen en de mond aanviel als je met een singel aan kwam, en zelfs zijwaarts kon schoppen. Ja, dat durfde ik wel. Ook met deze eigenaar, een bejaarde man die meerdere paarden in bezit heeft, sprak ik af bij de supermarkt, dit keer in een ander dorp. “Stap maar bij mij in,” riep hij. Met mijn 20 jaar oude Volkswagen Polo zou ik de weg niet af kunnen leggen.

Ook dit keer kwamen we al gauw op een zandweggetje met geulen en gaten, en net op het moment dat ik bang was dat de beste man me ontvoerde, kwamen we aan op zijn zelfgebouwde stal. Stallen en paddocks van pallets, geen bak. Wat moest ik hier?

mora1
Mora – ‘braambes’ – in de zelfgebouwde paddock

Ondertussen werd me verteld dat Mora bij de vorige eigenaar altijd zonder tuig werd gereden. Het singelprobleem wat zij had werd door de man hardhandig opgelost door hem zo snel mogelijk, zo strak mogelijk te trekken. Dat de merrie ondertussen steigerde en weg probeerde te rennen, deerde hem niet. Na vervolgens haar een halfuur compleet zonder stuur te hebben gereden, bedankte ik ook voor deze mogelijkheid. Dit zou hem niet worden.

De laatste was bij een man die naar eigen zeggen 7 paarden had, maar op stal er toch maar 5 had staan. Om deze stal te vinden, heb ik hem wel drie keer moeten bellen onderweg. Uiteindelijk bleek het om de hoek te zijn van waar ik stond, maar dat was zo’n gek weggetje dat ik niet verwacht had die te moeten nemen. Achter een hoge muur stonden zijn paarden. Mijn oog viel op een prachtige, maar iets te dikke schimmelmerrie. “Een echte PRE,” zei de eigenaar, “Ze heeft meer papieren dan ik!”

itara1
PRE Itara

Ondanks dat deze paarden nauwelijks uit hun paddock komen, hebben ze het prima voor elkaar. Achterin de paddock is een overdekt gedeelte en ze hebben genoeg ruimte. Ik mocht kiezen welk paard ik wilde rijden, en alhoewel ze me een oudere Arabier aan wilden smeren, koos ik voor de 8-jarige schimmelmerrie Itara.

Ook zij had al minstens een halfjaar stil gestaan en moest weer opgepakt worden. De manier van de opzichthouder? Laten rennen tot ze erbij neervalt. Desondanks ben ik een aantal keer geweest, maar nadat ik ook nog eens op de vingers werd getikt omdat ik aan de rechterkant aansingelde in plaats van links, vond ik het wel mooi geweest. Het paard was lief en wilde graag, maar ik mocht en kon er niets doen. Ook hier was geen bak en moest ik rijden in een kleine paddock met achterin varkens, waar het paard logischerwijs angst voor had.

itara2
Itara rijden in de paddock

Uiteindelijk werd mij via kennissen verteld dat er nog andere rijscholen waren, en na een zoektocht op Google in het Engels kwam ik uit bij “Horses Lanzarote”. Twee Britse vrouwen die een kleine school hadden en ook mij wel les wilden geven. Geen zandweggetjes, wel een smal asfaltweggetje vanuit wéér een ander dorp leidt naar hun stekje. Inmiddels rijd ik hier al een aantal weken de 14-jarige Sabby. Voorheen altijd gebruikt als fokmerrie en nu, net als alle andere paarden die ik hier heb gezien, een echt projectje.

IMG_20161224_113026
Met Sabby op buitenrit

Hier blijf ik voorlopig rijden, en als de dagen weer langer worden, kan ik er zelfs een paard leasen. Waarom pas wachten tot de dagen langer worden? Omdat ook hier alleen een buitenbak ter beschikking is, zonder licht, en mijn werkdagen tot 5 uur zijn. Straks kan ik gewoon, met daglicht, elke dag na het werk paardrijden. Ik kijk er nu al naar uit.

Van Penny meisje naar… Penny meisje?

Iedereen kent de term Penny meisje wel. Vroeger was ik er één. Mijn omgeving moet af en toe flink gek zijn geworden van mijn favoriete gespreksonderwerp. Mijn grootste zonde is dat ik wel eens een jonge Arabische hengst (ja écht, hoe Penny wil je het hebben) geborsteld heb. Over het hek heen, dat dan weer wel.

Gelukkig ben ik op mijn vijftiende op de boerderij terecht gekomen van een geweldige boer. Een man met hart voor zijn dieren. Mijn verzorg Haflinger, Natasja, stond daar op stal. Ik heb veel van deze man mogen leren en het hielp mij om van Penny meisje een nuchter paardenmeisje te worden.

img_3191Mijn eerste eigen paard kwam heel onverwachts mijn leven binnenwandelen. Ik had een paard aan een halster maar geen weiland, geen stal, geen soortgenoten. Zelfs het nuchtere paardenmeisje in mij moest daar van slikken.

Nu loopt Indy 24/7 lekker buiten in een paddock met een paardenvriendinnetje. In het voorjaar en het begin van de zomer staan ze nog wel eens aan de stick als grasmaaier. In de winter staan ze ’s nachts binnen in een gezamenlijke stal. Wat dat betreft hebben mijn paarden het zo slecht nog niet maar er is nog steeds voldoende ruimte voor verbetering.

Voor Nederlandse begrippen is het dagelijkse leven van mijn paarden vrij “back to basic”. De echte Penny meisjes zouden er hun neus voor ophalen. Voor Roemeense begrippen echter, leven mijn paarden in luxe. Hun paarden staan in lage bedompte stalletjes en hebben een stand van ongeveer een meter breed tot hun beschikking. In de zomer staan ze nog wel eens aan de stick buiten om te grazen wanneer ze niet voor de kar staan om te werken. Het is onbegrijpelijk voor hen dat ik twee paarden houd die niet voor de kar lopen of enig ander werk doen en die zo in de watten gelegd worden.

In Roemenie is de term Pennymeisje niet bekend. Als dat wel het geval was geweest hadden ze mij vast en zeker deze titel toebedeeld. En stiekem, zou ik daar best wel een beetje trots op zijn denk ik!