All posts by Hylke

Het ontworm avontuur

Bijna was ik het alweer vergeten, toen ik in het grote boek opschreef dat de hoefsmid weer langs geweest was, zag ik dat het weer tijd was om te ontwormen.  Veel paardeneigenaren in Egypte weten niet dat paarden ontwormd moeten worden maar de Arabieren fokkers en zo ook ik, houden zich wel netjes aan een schema zoals we dat in Nederland kennen. Toch gaat het hier wel een beetje anders. We kunnen geen lab testen laten doen om te kijken of je paard wel degelijk ontwormd moet worden.  Daardoor zijn we gedwongen preventief te ontwormen volgens het bekende schema, elke drie maanden een wormspuit . Helaas zijn hier sinds de revolutie (2011) niet meer vier verschillende ontwormings middelen te verkrijgen. Het werd steeds moeilijker om de meeste bekende geimporteerde Equest en Eqvalan te vinden.

Sinds een paar maanden kan ik slechts twee soorten vinden en ben ik gedwongen daar mee af te wisselen.  Het ene is een Egyptisch poeder  voor koeien dat verkocht wordt in zakjes van 250 gram waarmee ik 10 volwassen Arabieren of ponies mee kan ontwormen, met water gemengd in een grote spuit.  Het andere middel is Panacure. In Europa is dit een omstreden middel maar hier wordt het voorgeschreven door onze artsen. Er is natuurlijk wel verschil tussen bacterieen in Europa en Egypte. Zelf heb ik goed ervaringen met dit middel, vooral omdat het ook veilig is om aan veulens te geven.  Genoeg gezever over producten, het avontuur van het ontwormen begint pas echt op stal.

Zodra een van de paarden jeuk aan zijn of haar staartwortel vertoond begint de groom mij lastig te vallen met gezeur over ontwormen. Zelfs als dat een week na de vorige kuur is. Al wel honderd keer heb ik hem uitgelegd dat we ons aan het schema houden, of er nu wel of geen gekreukelde staarten zijn. Hij kijkt me altijd boos aan wanneer ik vervolgens opper dat het misschien een hygiene kwestie is en er wat beter geborsteld zou kunnen worden.

De uitzondering  dat ik wat schuif in het schema is als er merries drachtig zijn zodat ik, op advies van de arts, een maand voor de geboorte ontworm zodat de veulens enige bescherming hebben in de eerste twee maanden van hun leven. Na die twee maanden kunnen ze zelf ontwormd worden, weer met de andere paarden en hun moeder mee. Maar ook dat gaat de meeste grooms boven de pet. Erger nog, de meeste grooms zullen niet ontwormen ook al geef je ze de middelen ervoor. Zo ben ik eens een anderhalf jaar oud hengstveulen verloren omdat hij nog nooit ontwormd bleek, terwijl ik elke maand netjes daarvoor betaalde. Les geleerd, altijd zelf ontwormen of er in ieder geval naast staan als een politie agent.

Mijn huidige collectie paarden zijn, op Meneer Shay na, allemaal door mijzelf opgevoed en zijn gemakkelijk te ontwormen. Ze vinden het wel vies die dikke spuit in hun mond maar ze staan braaf still en eten daarna een stukje appel en spoelen daarna gretig hun mond als je ze een emmer aanbied.  Maar Meneer Shay ontwormen is een waar avontuur. Hij is echt mn allerbeste vriendje en kan zich altijd als een perfecte gentleman gedragen. Totdat het ontworm dag is.  Ongetwijfeld werd hij als karrenpaard in zijn jonge jaren nooit ontwormd en boft hij eigenlijk wel dat hij nu toch al vijftien jaar jong is zonder worm probleempjes.

Dit keer begon het er al mee dat Mohamad het maar vervelend vond dat ik 10 minuten voor de lunchpauze op stal arriveerde en hij de kleine jerrycan met Panacure in mijn hand zag bungelen toen ik de paarden begroette. Even hup hup dacht hij en ging meteen de spuit halen. “Pak even Shay zn halster dan doen we hem als eerste” zei ik tegen hem.” Nee ik wil hem als laatste doen, eerst snel de anderen en het veulen.” Mohamad heeft altijd een weerwoord en dit keer dacht ik bij mezelf: ” Doe maar lekker eigenwijs, eigen schuld dikke bult als het zo een circus wordt.”

Zo gezegd zo gedaan, vrij vlot had de rest zn wormen kuurtje binnen en een stukje appel er achteraan gegeten. Zelfs Marzouq onderging zn aller eerste wormen kuur vrij gemakkelijk zonder al te veel geworstel. Mohamad hield hem in de houdgreep en ik deed voorzichtig maar toch ook vlot die spuit in zn kleine mondje.  Op het moment dat Mohamad Salmin, die overigens een soort van doorsliep tijdens het hele gedoe,  zn spuit toediende begon Shay in de box ernaast al van de deur weg te lopen en in een hoek te staan met zijn achterwerk naar de deur gericht. Op de een of andere manier kan hij het aanvoelen of ruiken wanneer zijn buurman ontwormd wordt.  Ik ken Shay langer dan vandaag en ik ontworm hem meestal zelf en de beste manier is hem er mee te overvallen. Maar die kans had Mohamad dit keer verspeeld.

Met een grote grijns op mijn gezicht vulde ik de spuit met de geschikte hoeveelheid voor meneer Shay. Mohamad stond even na te denken over hoe hij het zou aanpakken en liep toen naar de box met het halster in zn hand, de wormspuit in zn broekzak.  Shay is heel flexibel en hyper intelligent en wat volgde was een kat en muis spelletje waar na ik Mohamed uit de box moest roepen om Shay zelf te pakken. Na een luide HO stond hij stil en liet hij zich door mij zn halster omdoen.  Vrijwel meteen stond Mohamad er weer naast omdat hij vind dat hij overal beter in is. Shay begon al te snuiven dat het te druk in zijn box werd dus ik ging maar weer aan de kant , Mohamad nogmaals te zeggen dat hij schouder aan schouder moet staan en niet proberen de spuit van voren in Shay zn mond te doen.

Shay houdt niet van dingen die midden in zijn gezicht gedaan worden. Hij laat zich niet door vreemden op zijn hoofd aanraken en kan het ook slecht hebben als iemand hem zijn hoofdstel of halster wil aandoen terwijl deze persoon voor zijn neus staat.  Hij wordt dan meteen defensief-agressief. Zo ook tegen Mohamad die probeerde hem te ontwormen. Hij hoefde de spuit maar uit zijn zak te halen of Shay begon al te steigeren en te maaien met zijn voorbenen. Met ontblootte tanden deed hij uitvallen naar schouders en gezicht. Luid riep ik naar Mohamad ” gewoon die spuit erin doen! Als je steeds weer terugdeinst lukt het nooit!” Maar ook de “stoere” groom heeft angsten. Voorhoeven schampten zijn armen en hij kreeg een tik op zn borst onder luid gevloek. Na tien minuten was ik het zat. Ik liep de box in, pakte het touw en de spuit uit Mohamad zijn handen. Zoals altijd plantte ik mijn schouder in die van Shay, die op dat moment alweer op zijn achterbenen ging staan.  De neusriem van het halster goed vast houdend schoof ik de spuit in zijn mondhoek en terwijl hij boos steigerde kneep ik met gestrekte armen boven mijn hoofd de spuit leeg.  Opgelucht stond hij weer op vier benen en keek mij met een boze blik de box uit. Ook de appel wilde hij uit kwaadheid niet. Gelukkig weet ik dat hij me de volgende dag vergeven heeft. Maar iedere drie maanden is het weer een avontuur.

 

Toen je hoefje nog in de mijne paste

Lief en leed delen, daar is Grenzeloos paardenmeisje voor. Dit keer deel ik een stukje van mijn gebroken hart met jullie. Deze week moest ik afscheid nemen van vier van mijn paarden, ze zijn verkocht. Helaas kan het niet altijd voor de wind gaan, ook al lijkt het soms alsof we permanent op vakantie zijn, hier tussen de palmbomen.

De meeste paardenmeisjes houden van poetsen, longeren, rijden of zelfs alleen maar genieten van hoe haar paard(en) in het weiland rondspelen. Voor enkelen onder ons verwordt de paardenliefde tot een levenstijl en soms zelfs op professioneel niveau. Penny meisjes (ja zo noemen we die toch?) die denken dat diegenen die echt “in de paarden” zitten de gelukkigen zijn  maar er zit ook een donkere kant aan die vaak minder goed begrepen wordt. Helemaal als je een fokkerij hebt of begint.

Zo begon mijn avontuur in Egypte op een roze wolk. Plotseling was ik eigenaar van geweldig schattige en lieve merrieveulens die ondertussen zijn uitgegroeid tot volwassen mama’s met babies. Het was een heerlijke tijd om met ze te werken maar ook om die buiken te zien groeien. Zij droegen in mijn ogen de toekomst van mijn fokprogramma. Gezegend werd ik met twee! merrieveulens en ik kon mijn geluk niet meer op. Maar de realiteit ligt vaak anders dan we willen geloven.

De waarde van Arabische paarden hangt in Egypte vooral af van het beroemde papiertje dat we pedigree noemen. Er zijn bloedlijnen die in het buitenland erg gewild zijn maar hier in Egypte niks waard zijn door marketing stunts van onder andere buitenlandse fokkerijen. Na een paar jaar viel ik plotseling van mijn roze wolk nadat ik er achter kwam dat mijn lieve merrie vriendinnetjes helaas tot de categorie die door andere fokkers als “rommel” bestempeld wordt. Ik zou er misschien qua uiterlijk wel kampioenspaarden uit kunnen fokken maar bij verkoop, in het uur van de waarheid, zijn ze waardeloos. Mijn hart brak in honderd stukken bij de gedachte dat ik op deze manier natuurlijk geen succesvol fokprogramma kon opbouwen. Eigenwijs dat ik was, bleef ik mezelf voorhouden dat als de kwaliteit van de paarden zelf maar goed is het wel los zou lopen. Ik moest immers al huilen bij de gedachte mijn lieve meiden weg te doen. Helaas steekt de steel zo niet in de vork.

Er moet wel een duidelijke grens zijn tussen onze paardenliefde en onze centen. Als je alleen wilt rijden poetsen en genieten van paarden hoef je er immers geen tien of meer paarden te houden, een of twee voldoen dan zeker weten. Wanneer je als fokker geen nakomelingen kunt verkopen omdat de markt totaal geen interesse heeft in wat jij aanbied dan glijd je langzaam aan richting faillissement omdat je steeds meer paarden ophoopt in de stal. De kosten liepen maar op en eigenlijk gebeurde er qua fokprogramma niets bijzonders. De Egyptische economie stort steeds verder in na protesten, aanslagen en politieke implodering en ook wij worden daar door getroffen. Afgelopen week was het tijd om mezelf niet meer achter mijn eigen gemaakte roze wolkje te verschuilen en de realiteit in de ogen te kijken.

Inkrimpen van het pensiongeld was onvermijdbaar geworden. Langzaam liep ik langs de boxen. Hoe moest ik nu in vredesnaam kiezen tussen al mijn paardenvriendjes en vriendinnetjes? Nooit heb ik me zo verloren gevoeld en tegelijkertijd zo ontzettend schuldig. Want een nieuw huis vinden waar ze het net zo goed zouden hebben als dat ze bij mij hebben, dat is in Egypte bijna onmogelijk, laat staan wanneer andere fokkers je mooie paarden als rommel beschouwen. Het was tijd me te vermannen en de juiste beslissing voor het fokprogramma te nemen. Met advies en steun en een schouder om op te huilen van vrienden werd duidelijk dat ik de “duurdere” moest houden en helaas de merries die mij zo geweldig op weg geholpen hebben en waar ik zo ontzettend veel van geleerd heb een nieuw huis moesten zoeken.

IMG_0148Overladen met verdriet en een schuldgevoel zijn ze verkocht. De overgebleven paarden troosten mij in deze moeilijke tijd, en ik besef dat ik als fokker gezegend ben met het feit dat er altijd weer nieuwe paarden zullen zijn die ik kan overladen met liefde en goede zorg. Maar toch zullen deze lieve merries altijd een plekje in mijn hart hebben. Ze waren de start van de realisatie van mijn droom, ik heb zo veel fijne momenten met ze beleefd en ik ben jarenlang met trots eigenaar geweest van die lieve meiden. Ik koester alles dat ik van hen heb mogen leren en ik bid op mijn knieen dat ze een goed  en lang leven mogen hebben. Dat ze de nieuwe eigenaren net zo intens gelukkig maken als dat ze mij deden. Dames ik zal nooit vergeten dat jullie hoefjes nog in mijn hand pasten!

Zoektocht naar een rijpaard: Boodschappen-paard

Het vinden van een geschikt rijpaard in Egypte valt nog niet mee. Na vele jaren hier in de paarden gemeenschap te hebben rondgekeken houd ik nu de volgende regel aan: Als het paard fysiek in orde is en een leuk rijpaard lijkt te zijn dan is zijn of haar geestelijke status gebrekkig. Als het paard een leuk karakter heeft en een leuk rijpaard lijkt te zijn dan is zijn of haar fysieke status gebrekkig.

Nu heb ik recent ontdekt dat er wel een uitzondering op mijn regel bestaat.  Boerenpaarden. Ja ik was er in het begin ook sceptisch over. Maar als je er wat langer over nadenkt dan snap je waarom. Boeren in Egypte zijn hele arme mensen. Ze hebben vaak niks anders dan een stukje land met een hutje erop en wat dieren eromheen. Vaak verbouwen ze groenten of fruit en hebben ze een waterbuffel voor de melk en een ezel om een eventuele platte kar te trekken richting dorp of stad waar ze de oogst van die dag verkopen. Wanneer zo een boeren gezin dan toch enigsinds een beetje geld heeft dan vervangen ze de ezel door een paard. In tegenstelling tot de gemiddelde ruiter in Egypte stelt een boerengezin wel meer eisen aan een paard. Zo moet het betrouwbaar zijn, veilig  en lief voor kinderen, en een goed stel benen hebben  want er moeten kilometers gesjouwd en gesjord worden.

Na lang nadenken heb ik me laten overhalen om eens wat verder weg te zoeken en ben ik een uurtje zuid gereden richting het echte platteland. Het is een gebied vol met boeren dat nog net onder het Sakkara district valt en het dorp waar ik ben wezen kijken heet Manawaat.  Het dorpje zelf bestaat uit enkele moskeeen en een paar huizen met wat winkeltjes met de broodnodige spullen om te overleven. Overal lag afval op de straten bij gebrek aan een collectie systeem. De dealer die voor mij de paarden had gezocht liet me parkeren in de schaduw van een dikke palmboom bij een verlaten kruispuntje net voorbij het dorp.

Zo ver als ik kan kijken zie ik groene velden met van allerlei gewassen. De lucht ruikt naar vers savannah gras. Ik vraag waar het paard is dat we komen bekijken. ” Wan minoet mevrouw” zegt hij in gebroken Engels, hoewel hij weet dat ik goed Arabisch spreek.  Terwijl hij telefoneert loop ik een rondje om mijn auto, stiekum genietend van deze serene omgeving, die mij herinnert aan de weilanden in Nederland.  Dan hoor ik de kletterende hoeven op het asfalt. In de verte zie ik een groot, goed gevuld wit paard opdoemen met een klein ventje erop. Hij galoppeerd hard maar gecontroleerd op ons af. Vlak voor ons gaat hij flink in de rem en springt eraf, en blijkt dat het een jongetje van een jaar of 9 is. Zijn vader is druk op het land dus heeft hij de taak het paard te laten zien aan eventuele kopers.

Tot mijn grote verbazing ziet dit paard er veel beter uit dan de tientallen paarden die ik bij “rijstallen” en maneges bekeken heb. Het blijkt een hengst, en daarmee is hij dus voor mij geen kandidaat. Hij is behalve wat stof en mestvlekken in een super conditie. Zijn hoeven zien er ook goed onderhouden uit en het jochie reed hem in enkel een halster met een touw als teugels dus ook geen zichtbare wonden of littekens van slecht passend tuig. Langzaam dringt het tot me door dat het van levensbelang is voor boeren dat hun paarden in goede conditie zijn zodat ze goed kunnen werken. Ik neem afscheid van het jochie en complimenteer hem dat hij zo goed voor zijn paard zorgt.

We rijden een stukje terug en stoppen aan de rand van het dorpje in een smal straatje. Ik stap uit en meteen lopen er hordes kinderen om mij heen. Ik had dit niet verwacht en voel me een beetje ongemakkelijk dat ik niks bij me heb voor ze. Ik krijg een bloem van een klein mager meisje dat vraagt hoe ik heet. Voordat ik echt antwoorden kan jaagt de dealer alle kinderen weg. Ze stuiven uiteen en dan zie ik ineens een dikke vos uit een zijstraatje komen. Vol energie huppelt ze onze kant op en ik luister hoe de dealer uitlegt dat dit een 5 jarige merrie is. De eigenaar springt eraf en komt met een grote tandenloze glimlach mijn hand schudden, die hij vervolgens bijna niet meer los wil laten, helemaal niet wanneer hij in de gaten krijgt dat ik Arabisch spreek.

Ook deze merrie ziet er goed uit, dikke stevige voeten en benen en ze staat kalm, bijna te kalm, naast
ons terwijl ik de eigenaar het hemd van het lijf vraag. Enthousiast verteld hij dat hij elk jaar een veulentje fokt van zijn oude merrie, dit is een van de babies. Als ik interesse heb wil hij ook wel de moeder aan me laten IMG_6696zien. Ik vraag hem waarom hij de merrie wil verkopen. ” We hebben al de oude merrie en we hebben ook een ezel, en ik heb 5 kinderen, teveel monden zo.” zegt hij met een gereserveerde grijs. Vervolgens vraag ik wat ze eigenlijk doen met de merrie. Hij kijkt me even bedenkelijk aan en zegt dan: ” De kinderen rijden er op
vrijdag mee rond het dorp. En ik doe de boodschappen ermee in het andere dorp hier 6 kilometer vandaan.” Ik moet eigenlijk lachen maar houd mijn gezicht in de plooi. Toch geloof ik hem niet helemaal direct, want dit Boodschappen-paard heeft een dancingzadel op en een scharenbit in. Ik vraag hem waarom. ” Oh ja ze is heel slim, ze kan goed dansen, wil je dat zien?” Ik zeg tegen hem dat ik dat graag een andere keer kom bekijken.
Helaas voor hem ga ik geen dancing paard kopen want die hebben grote traumas van de scharen bitten en de geweldadige manier van trainen. Jammer want de merrie stond poeslief naast ons en er liepen veel kinderen om haar heen en dat vond ze allemaal wel best.

De beste man kijkt me een beetje sip aan. ” Kom je nog wel even de moeder bekijken? Het is heel dichtbij.”  Vooruit dan maar, uit beleefdheid kan ik nog wel even kijken. We lopen een stukje door het veld met aardappels en komen dan bij een hutje aan. Links van het hutje staat een dikke palmboom met een voskleurige bejaarde merrie eraan geknoopt. Met mijn domme Nederlandse enthousiasme vraag ik hem waar de box van de merrie is. ” Onze paarden wonen niet in boxen, gewoon zo aan de boom is toch prima? ” Terwijl ik hem excuses aanbied voor mijn domme vraag bedenk ik mij dat het inderdaad nog zo slecht niet is, ze staat knie diep in de alfalfa (lucerne) en ziet er voor een bejaard paard erg goed uit… eigenlijk misschien wel beter dan mijn paarden die in boxen wonen en slechts een paar uur per dag naar buiten gaan!

Na regen komt…Chaos!

Ik schrik wakker van een hard kletterend geluid. Langzaam dringt het tot me door dat het regent. Zo hard dat het een enorm kabaal maakt op de airconditioning die net naast mijn balkondeur hangt. Snel schiet ik uit bed en ren richting het balkon aan de woonkamer om mijn wasrek naar binnen te halen. Helaas te laat want de was heeft al een modderlaagje gekregen terwijl ik nietsvermoedend hoopte uit te slapen.

Als het op regen aankomt ben ik een klein beetje hypocriet. Na toch al wel een paar jaar in Egypte te wonen word ik nog altijd sip en somber van regen. Dat is nou echt iets wat ik zeker weten niet mis aan Nederland.  Maar als dan hier in Cairo toch regent, dan klaag ik als oer-Hollandse over de modder en de natte bende in m’n huis. Maar dat geklaag is wel enigsinds gegrond, en niet alleen maar omdat door de regen al het zand in de lucht overal aan vastplakt.

Als het geregend heeft in Egypte dan functioneert er niks meer naar behoren. Werkelijk helemaal niets.Mensen nemen vrij van werk vanwege de enorme chaos op straat. Cairo heeft weinig tot geen riolering aangezien het slechts een paar dagen per jaar regent. Wegen staan letterlijk onder water en ook al is het gestopt met regenen, nog urenlang is er geen vooruitzicht dat al dat water wegloopt. Pompwagens moeten eerst worden opgeroepen en tussen de dikke rijen modderige autos door richting het diepste punt kruipen. Electriciteit faalt door de enorm harde mousson achtige regenbuien en zo dus ook de telefoonlijnen en onze geliefde internetverbindingen.  Door de gebrekkige kwaliteit van het asfalt rijdt iedereen op max 20 km per uur achter elkaar uit angst een drempel of gat tegen te komen in het nu zwarte water.  Ik zal maar even niet uitwijden over hoe ik tot aan de stal kruip over de nu modderglijbanen die doorgaans zandwegen zijn. Toch ga ik na fikse regenbuien naar de paarden, omdat ook daar het hele systeem op zijn gat gaat. Zoals ik eerder schreef: werkelijk helemaal niets functioneert meer na een regenbui in Cairo. Ook de grooms niet.

 Wanneer ik eindelijk tot aan voor de staldeuren geglibberd ben en de auto op een veilig stukje heb geparkeerd lijkt de stal uitgestorven. De rijbanen en paddocks staan onder water en ik zie niemand in het klaverveld. Als ik de stal inloop vind ik drie grooms die samen onder een van mijn zweetdekens zitten. Alle fel gekleurde voeremmers staan verspreid door de gang onder alle lekkages. De paarden lijken nergens last van te hebben, die staan tevreden op wat klaver te kauwen. Sommige hebben dekens op omdat ze het nu toch wel koud hebben. Ik vraag waarom de grooms een zweetdeken hebben gepakt, waarom zit die niet op een paard? ” We hebben de achterdeuren van de gang dicht gedaan dus nu heeft hij het niet meer zo koud omdat er geen wind meer is.” Langzaam zet ik mijn handen in mijn zij en frons naar hen, maar als ik mijn zin wil beginnen zegt hij snel: ” Maar we lenen hem alleen even in de theepauze, we doen hem nu wel weer op het paard.” Ik besluit het erbij te laten, ze lopen immers op slippers en hebben niet echt een dikke jas zoals ik dat heb. Ik probeer me altijd in te beelden hoe dat zou voelen, in Nederland lopen we ook niet in een overhemd en blote voeten met zes graden.

Bij verdere inspectie vind ik in een voerton heel veel gerst die blijkbaar over is. ” Ja we hadden maar wat meer gegeven want ze hadden het zo koud.”  Het medelijden met de blote voeten begint alweer te zakken. Tijd om wederom, dit wordt denk ik de 83e keer deze maand, uit te leggen dat wat er ook gebeurd we niet sjoemelen met het voerschema.  Ik vraag wie er die ochtend gevoerd heeft en krijg eigenlijk geen antwoord. Met luide stem herhaal ik dat of het nou zomer of winter is, nat of droog, er niks veranderd aan het voerschema.  Met een blik alsof ze beledigd zijn pakken ze een bezem en een afvalzak en gaan ze ineens snel de boxen uitmesten.  Als ik bij Meneer Shay zijn box aankom slaat hij luid met zijn voet op de deur en kijkt me vragend aan. Ik bedenk me dan ineens dat het natuurlijk ‘s nachts ook al regende en dat ze hem niet naar buiten hebben gezet.  Ik roep een groom en vraag of hij Shay naar buiten wil zetten. ” Nee dat kan niet. Het regent nog steeds en dan wordt hij ziek.”  Ik haal diep adem en ga het argument aan: ” Nee hij wordt niet ziek van miezer regen. Je kan hem toch zijn regendeken op doen?” ” Nee hij moet binnen blijven want hij gaat altijd zo rennen en bokken en dan zal hij uitglijden in de modder”. Ik vraag hem of hij denkt dat als het dagenlang achtereen regent de paarden dan al die tijd binnen moeten blijven.  Nu heeft hij in de gaten dat ik het vervelend vind dat Shay ( en de anderen) niet naar buiten zijn geweest en komt de aap uit de mouw: ” Maar wat als hij gaat rollen? Dan wordt de deken helemaal vies.  En als hij geen deken opheeft dan moeten we heel hard krabben om al die modder er weer af te krijgen”.  Hard lachend pak ik Shay zn halster en loop de box in. ” Ja Mohammad. Als hij gaat rollen moet jij hard poetsen, maar daar word je voor betaald weet je nog?”

Een antwoord geven kan hij niet want zodra ik de deur open duw springt Shay met een enorme sprong naar buiten en sleept mij de gang door. Ik lach en ren gauw met hem mee richting het modder paradijs. Gelukkig is het hek dicht en moet hij even wachten, waarop ik snel de deken eraf kan halen. Ik doe zijn halster af en duw snel het hek open, en weg is Shay. Luid hinnikend bokt en springt hij door de modder. Ik geniet van hoe hij blij rondspeelt en besluit naast de bak op een gammele tuinstoel  mijn thee te drinken om zo een beetje op te warmen.  Na een dik halfuur komt hij naast me staan en frunnikt een beetje aan het halster dat aan de bakrand hangt.  Als ik opsta rent hij nog eenmaal naar achteren en gaat daar op de grond rollen. Helemaal  onder de modder staat hij op en komt hij recht op me afgegaloppeerd. Met een grote grijns op mijn gezicht neem ik hem mee naar stal en roep de grooms, tijd voor een poetsbeurt!

Zoektocht naar een rijpaard : Schimmel merrie

‘s Ochtends vroeg gaat mijn telefoon. De groom; ” of ik wel echt vanmiddag kom want dan maakt hij de afspraak met een vriend van zijn neef zijn zwager, om een Baladi merrie te bekijken”. ” Ja Mohammad ik kom vanmiddag rond drie uur naar stal”.

            Baladi betekend iets in de trend van ” landseigen”. Balad is land en het achtervoegsel i geeft bezit in de eerste persoon weer. Letterlijk zeg je dus “mijn land” als je het hebt over baladi. Maar de term wordt ook gebruikt om alle niet-ras of papierloze paarden die in Egypte geboren zijn aan te duiden. Zo is ook mijn van de straat geplukte Meneer Shay ( thee) een baladi pony.

            Om tien over drie arriveer ik op stal. Onder luid gehinnik word ik door de dames begroet en een voor een steken ze hun hoofdjes door de staldeuren om te kijken of ik zo’n mooie gele carrefour zak vol met wortels bij me heb. Van Mohammad is geen spoor te bekennen, alhoewel zijn motorfiets wel netjes aan het begin van de gang geparkeerd staat. Langzaam loop ik langs de boxen naar achteren. In mijn onderbewustzijn match ik grote wortels met grote tanden en kleine wortels met de jaarlingtandjes. Bij de laatste box aangekomen ontdek ik Mohammad druk telefonerend terwijl hij iets onder Salmin zn buik bekijkt. Wanneer Salmin vol overgave zn hele hoofd in de zak wortels probeert te storten komt Mohammad eronder vandaan en gebaardt dat er niks aan de hand is. Hij hangt snel op en vraagt of ik klaar ben om die merrie te gaan bekijken.

             Ze staat nog geen twee kilometer verderop in een stal aan een rommelige en in deze tijd van het jaar, modderige zandweg. Bij gebrek aan een oprijlaan of parkeerplaats hang ik mijn auto zo goed en zo kwaad als het kan op een zandbult naast de weg. Na goed gekeken te hebben of ik de auto zo goed verankerd heb lopen we naar een poort die angstaanjagend los in de muur zit.  Binnen wacht ons een dompig rijtje boxen waarin de paarden op het beton staan. Hoefijzers schrapen over de grond terwijl ik de groom, een of andere Ahmad op slippers, volg op weg m
aar de misterieuze merrie waarover ik tot nu toe niks weet.

            In de een na laatste box staat een wit paard een beetje sip voor zich uit te staren. Ahmad wijst ernaar met zijn vinger  bijna in een oog prikkend, waarop de oren in de nek draaien en ik ook zonder zijn uitleg begrijp dat dit de merrie is die ik kom bekijken. Voorzichtig loop ik op haar af maar ze deinst meteen achteruit. Het is meteen duidelijk dat ze geen vriendelijke mensen kent en niet op ons bezoek te wachten zat. Na een blik in naar voerbak constateer ik dat ze het kippenvoer gemengd met pindas niet zo lekker vind en de helft ( of misschien alles? ) heeft laten staan. Als de boxdeur opengaat blijkt ze toch niet mager, eerder een tikje te dik.

            Een kleine groom, van een jaar of 12, komt achter de boxen vandaan met een setje tuig op zn schouder en begint enigsinds hardhandig de merrie een hoofdstel om te doen. Mohammad deelt op bedeesde toon aan Ahmad mee dat hij toch echt op zoek moet naar een dekje want de agnabiyyah ( buitenlandse) gaat niet op een paard rijden zonder iets onder het zadel. Ahmad kijkt hem even verbaasd aan maar bedenkt dan dat hij maar beter iets kan gaan zoeken em verdwijnt dan zonder iets te zeggen achter de boxen.

IMG_6481 Ondertussen vraag ik het kleine jochie hoe de merrie heet. ” geen idee, al farasa al zar’a?”Niet wetende wat ik daar eens op zal zeggen zwijg ik en denk ik bij mezelf: ” triest dat ze de schimmelmerrie heet.” Dan komt Ahmed weer tevoorschijn met een beddensprei die hij voor mijn neus tot op de centimeter precies gaat staan opvouwen tot het juiste formaat alvorens deze op de rug van de merrie te kwakken. Ze knopen nog even snel de martingaal aan de neusriem en gebaren dan dat we richting de paddock gaan met “schimmelmerrie”.

            Nu ze uit de donkere box komt zie ik pas hoeveel krassen, schrammen en littekens de merrie heeft. Inclusief een enorme ritssluiting op haar bil. Ik besluit er nog even niks over te zeggen en eerst even te kijken hoe het nu verder gaat. Terwijl Ahmad in geur en kleur vertelt hoe deze fantastische merrie door een 15 jarig meisje bereden wordt en wat voor een leuke manege pony het zou kunnen zijn probeert Mohammad erop te klimmen. Tweemaal steigert de merrie bij de eerste voet in de beugel en een derde keer doet ze een poging rechtsom weg te rennen maar dan zit Mohammad erop. Meteen schiet de merrie in een vlotte draf naar een hoek van de paddock en begint daar een serie bokken. Luid briesend loopt ze verder. Ik vraag Ahmad de martingaal van de neusriem af te halen waarop de merrie als een giraffe haar nek begint te strekken en wild met haar hoofd schud, bijna een kopstoot aan Mohammad verkoopt.

            Na een paar rondjes zo in de knie diepe paddock te hebben voltooid zeg ik beleefd dat ik genoeg gezien heb. Of ik haar zelf nog een keer wil berijden laat ik nog wel weten. Na nog wat foto’s genomen te hebben loop ik richting de auto. ‘s Avonds denk ik er nog eens over na terwijl ik de foto’s en video’s terugkijk. Het is zo moeilijk te bevatten hoe het leven van schimmelmerrie eruit ziet en het is nog moeilijker om te beoordelen of ze met een fatsoenlijk dieet en goede training een leuk rijpaard voor me zou kunnen zijn. Ze zit nu in mijn gedachten maar toch zoek ik nog verder, ze is immers niet het enige paard in Cairo die een beter huisje verdient…